wintig seconden en alles staat op zijn kop ! / M.-P. Fayt D – deel 3

A 35 ans, Marie-Paule est victime d'un AVC ce qui bouleverse toute sa vie.Deel 3 – Hoofdstuk 1 – Sectie 3
De Tijd

De tijd gaat sneller voorbij als men bezig is. De tijd gaat daarentegen zeer langzaam als men niet bezig is. Dat is de relativiteit van “tijd”. Als ik niet in mijn eigen huis ben, voel ik me als een klein kind dat nood heeft aan voortdurend toezicht om zich veilig te voelen.

Op dit moment voel ik me niet gerustgesteld als ik in een rolstoel zit. Ik voel me eerder opgesloten. U kan zich dat misschien moeilijk voorstellen..

De rolstoel is, naar mijn mening, praktischer voor de persoon die hem duwt dan voor wie er in zit. Het lijkt wel alsof zijn comfort belangrijker is dan het mijne. .

Rekening houdend met al deze redenen is de auto nog steeds de beste oplossing voor verre verplaatsingen. Een voorwaarde is wel dat men traag rijdt om alles te kunnen bewonderen. Dat men durft te stoppen op idyllische plaatsen. De factor “vermoeidheid” speelt hier niet. In de auto tocht het niet, dankzij de gesloten ramen.

Dromadaire

Ik weet wat op dit ogenblik onmogelijk is voor mij. Mezelf houden aan gewoon zelf stappen kan heel gedurfd lijken, ja, zelfs overmoedig. Voor mij echter strookt dit meer met mijn eigen realiteit.

Als ik zelf stap, KIES IK om me te verplaatsen met een aangepaste snelheid, aangepast aan mijn zicht en aan mijn gehoor.
Als ik rechtop sta, is het voor mij veel gemakkelijker om de dingen rondom mij te zien, waar te nemen, te horen, te ruiken, aan te raken.
Als ik zelf stap, is de simpele vraag om even halt te houden om te rusten, iets wat me reeds dichter bij mijn begeleider brengt.
Ik heb heel veel schrik van de passiviteit en van de afhankelijkheid die ik ervaar als ik me laat “voeren”.
Zo lang ik benen heb, zal ik ze gebruiken !

Om te voorkomen dat ik val, moet ik vanaf nu dit ritme opleggen. Ook al is het heel traag, het is wel mijn ritme. Dit is delicaat en vervelend. Maar al stappend, been tegen been, zal de begeleider beter mijn ritme, mijn haltes, mijn vertragingen voelen in zijn eigen benen.
Ik hou van dit contact. Ik voel me echt begeleid. Vanaf dan is mijn ritme niet langer een ‘abstract mentaal begrip’.

Mijn omgeving is vaak stom verbaasd over de voorzorgen die ik neem. Alvorens te gaan wandelen moet ik zesendertig verschillende zaken voorbereiden. Niet alleen om tegemoet te komen aan een groot aantal van mijn eigen noden maar ook om eventuele onhandigheden van anderen te voorkomen. Een muts (om mijn oren te beschermen), zonnebril en oogzalf (voor mijn zieke ogen), een koekje (om een flauwte te voorkomen) etc. Kortom, ik lijk op een sherpa die zich klaarmaakt om de Mont Blanc te beklimmen.

Vanaf dan is mijn ritme geen abstract mentaal begrip meer.
Ik ben zoals een kind dat op zijn tenen gaat staan om …. beter te zien, om beter RECHTOP te staan

Dromadaire

Mijn begeleider schrijft me dan in voor de consultatie en plaatst me dicht bij de deur van het dokterskabinet.

Er is daar altijd veel volk, de wachtzaal zit overvol. Ik zit in mijn rolstoel als op een troon, een beetje hoger dan de stoelen van de anderen. Dan begint het lange wachten. Ik word bekeken. Ik voel de stiekeme, nieuwsgierige blikken van mensen die me angstig opnemen.

Om me af te leiden van dit oneindige wachten, bekijk ik de wereld rondom mij door een “flou artistique”. Onduidelijk? Maar niettemin esthetisch. Ik stel me andere kleuren voor op de muren. Ik schep er plezier in om me de basisstructuur van het gebouw in te beelden en om erin rond te lopen.

Tijdens mijn siësta op de verdieping B1 van het Centrum, als ik niet kan slapen en me verveel, kan ik op die manier een “mentale” of een “virtuele” wandeling maken in het gebouw. Ik onthoud de structuur van het gebouw.
Dit is mijn manier om snel te lopen in de gangen of om er in rond te slenteren.

Ik zie me altijd zoals ik vroeger was. Ik leer om de dingen in detail te bekijken, ik bekijk de ruimte waarin ze zich bevinden. Ik leer te wachten want ik kom dikwijls op de laatste plaats.

Als een afspraak geregeld wordt buiten etenstijd, dan blijf ik altijd heel kalm, sereen (ik denk dat dit het juiste woord is).

Door het venster kan ik gedurende uren naar de natuur staren. Ik verlies mezelf in lange overpeinzingen.

Dan ben ik aan de beurt. De oogarts en mijn medisch dossier wachten op me. Dit is de enige plaats in de buitenwereld waar ik rondwandel. Ik probeer me uit te drukken maar de dokter neemt niet de tijd of de moeite om mijn woorden te begrijpen. Waarom? Vreest hij dat hij tijd zal verliezen? Geeft hij er de voorkeur aan te denken dat ik me niet kan uitdrukken?
Hij onderzoekt me en stelt vragen aan de persoon die me begeleidt.
Leed.
Ergernis.

Vertrouwen is een andere kwaliteit die ik me op natuurlijke wijze snel eigen maak. Ik zie bijna niets. Om vooruitgang te boeken met mijn “heropvoeding”, heb ik begrepen dat vertrouwen “de” conditio sine qua non is. Ik vertrouw het woord van mijn kinesist, van de persoon die me helpt, of van de verpleegster.

Ik heb nystagmus aan beide ogen. De beelden die mijn ogen ontvangen zijn constant in beweging. Ik kan dus, zonder me te vervelen, gedurende uren naar hetzelfde beeld kijken. Het beeld knippert altijd zo snel, zeker als ik zenuwachtig of gestresseerd ben. Ik ken geen fotografie meer. Ik ken geen beelden meer die immobiel of onbeweeglijk zijn.
Ik heb een zeer persoonlijke en permanente bioscoop met beelden die altijd bewegen. Ik heb geleerd om door een voortdurend bewegende camera te kijken.

Ik ontcijfer dingen, personen, situaties. Recent was ik op een voorstelling waar ik mijn dochter hoorde spelen en zingen. Ik was genoodzaakt met gebaren vragen te stellen aan mijn moeder. Naar links? Naar rechts? Ik slaagde er niet in mijn dochter te lokaliseren. Als ik snel met mijn hoofd bewoog, verhoogde zowel de nystagmus als de tremor van mijn hoofd. Ik verloor het beeld. Ik zag niets meer.

Ik herinner me de boom die recht tegenover mijn kamer stond in het Revalidatiecentrum. Ik heb de tijd gehad om hem te bewonderen. Om de invloed van de seizoenen te zien. Tijdens het ochtendatelier in het Centrum, schilderde ik bomen. De schittering van het aquarel brengt me in vervoering.

De mooie, witte, indrukwekkende wolken die traag voorbij glijden, bezorgen me een vredig gevoel. Ze bezorgen me kalmte en rust… Ik zie. Ik ga mee op het ritme van de wolken.

Dromadaire