CVA – Twintig seconden en alles staat op zijn kop ! / M.-P. Fayt Davin – Deel 8

Deel 8 – Hoofdstuk 6

Mijn man is een artiest. Hij werkt veel maar hij is ook veel afwezig door zijn veelvuldige professionele verplaatsingen. Als hij er niet is om me te helpen, dan wacht ik op de zorgverlener, op de gezelschapsdame.

Deze maakt kleine maaltijden voor mij, ze zorgt voor alles en is zeer alert. Ze is een ware fee in ons huis en boven alles laat zij ons genieten van haar goed humeur.

Vanaf nu word ik geconfronteerd met de relatie tussen mijn lichaam en mijn ziel. De grens tussen die beiden is gedematerialiseerd. Ik ben me bewust geworden van deze twee ‘werelden’ die onomkeerbaar zijn en ik kan er niet aan ontsnappen. In het begin van deze immense ontdekking voel ik me een nieuwkomer. Er is nochtans haast bij, op de keper beschouwd is het leven heel vluchtig zowel in de tijd, als in de actie, als in dat wat we beleefden.

Dromadaire

De gezelschapsdame die zeer discreet is, wekt me om 6.30 u maar meestal ben ik al wakker. Ik lig nog een beetje te soezen in het ochtendlicht dat difuus wordt door een store die voor het raam hangt. Mijn gezelschapsdame, moeder van zes grote kinderen, waarvan 4 dochters, begint met het ochtendritueel. Ik begroet haar in haar moedertal met een sympathieke goedemorgen. Onze relatie is simpel en vriendelijk. We hebben niet echt voor mekaar gekozen. Het leven heeft ons echter op een ongelooflijke manier samen gebracht.

Als de store open is, legt ze de kleren, die ik de avond ervoor heb uitgezocht, op bed. Ze doet zalf in mijn linkeroog en de pijn verdwijnt onmiddellijk.

Dit oog herinnert me er elke dag aan dat ik compleet afhankelijk ben van een andere persoon. En deze afhankelijkheid dreigt blijvend te zijn. Ik voel het gewicht van de afhankelijkheid. Ik voel me als een huisdier dat afhankelijk is van de goede wil van zijn meester…

De gezelschapsdame geeft me een eerste homeopathisch pilletje dat ik nuchter moet nemen. Daarna begin ik me aan te kleden.

Een systeem van interne telefonische communicatie is ons gratis ter beschikking gesteld. Ik heb altijd een draagbare telefoon bij mij. Men heeft het huis uitgerust met drie gelijkaardige apparaten, één per verdieping. En, indien nodig, kan ik nog altijd mijn GSM gebruiken.

Ik kan ook, zonder hulp, inkomende telefonische oproepen ontvangen, Ik moet hiervoor wel een « economische stijl » hanteren, nl. woorden kiezen om zo weinig mogelijk te moeten spreken, de gesprekken op een beleefde manier,zo veel mogelijk in te korten want elk telefoontje dat voor u eerder banaal is, kost mij heel veel moeite. Voor mij blijft het nog steeds een zeer vermoeiende bezigheid.

Om me echt aan te kleden installeer ik me op de best mogelijke manier. Allereerst mag ik niets overhaasten, ik moet mezelf de tijd geven om elke beweging zorgvuldig uit te voeren. Daarna zet ik me in het midden op het bed om me te beschermen tegen een eventuele val. Elke ochtend heb ik de indruk dat ik mijn evenwicht terug moet vinden.

Ik zit voor het venster dat uitgeeft op de tuin, en ik hou ervan om het huis te horen ontwaken. Terwijl ik me aankleed, luister ik naar het nieuws op de radio, onderbroken door zachte muziek, reclameboodschappen maken me nerveus.

Luide muziek of lawaai vlak bij mij doet me trillen over heel mijn lichaam. Ik ben er eg gevoelig voor, en het maakt me prikkelbaar. Net zoals wanneer een te ‘dynamisch’ persoon dicht bij mij komt. Ik merk dat onmiddellijk en ‘ontplof’ in kleine schokkende gebaren.”

Ik ben als een spons….

Ik merk alles op : zenuwachtigheid, blijdschap, slecht humeur…. Een echte spons.

Op mijn nachttafeltje, in een kunstlederen, rood zakje, heb ik alles verzameld dat ik nodig heb om mijn toilet te maken. Als ik mijn linkerhand in het zakje steek, vind ik mijn haarborstel en grijp hem. Ja, mijn haar is terug gegroeid na mijn CVA maar ik moet het kort geknipt houden vanaf nu. Mijn voorhoofd en ogen moeten vrij blijven om alleen een douche te kunnen nemen. Het is veel gemakkelijker om korte haren te wassen, te drogen, kortom te onderhouden.

De shock van mijn CVA is te lezen op mijn gezicht… Kalm, ernstig, en als ik glimlach verandert mijn gezicht in een grimas. Gelukkig kennen mijn naasten de code !

Als iemand dichter bij mij komt veroorzaken mijn opwinding en mijn emoties zo veel beroering bij mij dat ik begin te trillen over mijn ganse lichaam. Ik heb altijd de indruk dat ik mensen wegjaag, dat ik de anderen uit hun evenwicht breng.

Maar wie is er het meest uit zijn evenwicht ?

Dromadaire

Al deze kleine handelingen om mijn lichaam te verzorgen, hebben een plaats in mijn organisatie. Al deze onschuldige handelingen zijn van groot belang voor mij want zij vormen de bron van een belangrijke voorzienigheid.

Ik zit in het midden van het bed. Naast mijn haarborstel ligt mijn deodorant (roller) in een plastic potje. Dat is handiger. Een lotion voor het gezicht, in spray vorm, gemakkelijker te hanteren dan met een draaistop. Zoals u, hield ik ervan om me te verfrissen met het water van de lavabo. Om dat te vervangen helpen enkele verstuivingen van deze lotion. Zij vervangen het washandje dat doordrenkt is met fris water.

Al die potjes en tubes met een schroef- of draaistop zijn voor mij onbruikbaar. Het zijn « vergiftigde geschenken ».

In de zomer gebruik ik een lotion die me tegen de zon beschermt, niet uit ijdelheid maar om zonnebrand te voorkomen want dat zou nog extra zorg betekenen. Maar dat alles belet me niet om van de zon te houden. Ze houdt me warm, ontspant me en kalmeert mijn arm…

Het warm hebben en toch frisse lucht kunnen opsnuiven, de combinatie van warmte en koude in ons gematigde klimaat, bevalt me zeer erg. De zonnespray laat me toe dat ik niet steeds hulp moet vragen om van plaats te veranderen. Of om de ganse tijd opnieuw te moeten ingesmeerd worden. In de schaduw doordringt de koude me et zorgt ervoor dat mijn rechterarm terug pijn doet.

In de winter gebruik ik een « stick » met cacaoboter om kloven in mijn lippen te voorkomen. Ik moet er de ganse tijd voor zorgen dat er geen bijkomende kwaaltjes, zelfs geen goedaardige, bij de andere bijkomen.

Vanaf ‘s morgens bepalen deze kleine intieme handelingen mijn dagelijks leven. Ze maken deel uit van mijn gedachten. Ja, ik versta dat deze beschrijving u misschien saai lijkt, zonder zin, misschien zelfs onbeduidend. Maar daar waar er voor u geen gevaar is, kan er wel gevaar zijn voor mij. Ik hou er echter niet van om te laat te komen op een afspraak en me haasten of me zenuwachtig maken zou alleen maar vertraging betekenen.

Dromadaire

Daarna parfumeer ik me overvloedig. Die heerlijke geur, een mengeling van de eigen geur van de huid en van een parfum. Mijn reukzin is goed en zeer aanwezig. Ik kleed me aan, en ik spaar zo veel mogeljk mijn rechterarm, omdat de spiersamentrekkingen in deze arm me pijn doen, zeker ter hoogte van mijn rechterarm. Langzaam doe ik mijn pyjama uit en ik doe een bloes aan met een elastiek aan de halsuitsnijding want ik moet mezelf kunnen aankleden zonder hulp van buitenaf. Een ruime bloes met lange mouwen tijdens de winter om me warm te houden ondanks mijn beperkte mobiliteit. Het belangrijkste voor mij is om er niet slordig uit te zien. Voor mijn dochters, voor mijn man maar ook voor mezelf. Gehandicapt zijn rijmt niet met slordig zijn

Het feit van zeer langzaam te zijn is geen hindernis om te kunnen praten, om zich te kunnen uitdrukken, om verder te gaan met zijn leven of om een goede moraal te hebben.

Daarna volgt de opeenstapeling van laagjes wol, glimmende kleuren, pulls en andere kleding, gekocht tijdens een razzia in een kleine boetiek. Eén ding is zeker : wat de broeken betreft : geen gulpen meer, geen knopen… lang leve de elastiek.

Een mijmerende blik op de toppen van de bomen, terwijl ik op mijn rug lig. Ik observeer en ik wacht. Ik wacht op mijn tweede dochter die komt oefenen op de viool. Elke ochtend ben ik een beetje haar kleine « coach ». Ik bezorg haar een gunstig werkkader… en zij doet de rest.

Ik spreek hier over eerste prachtige momenten van de dag. Het is zeven uur dertig.

Elke handeling moet doordacht zijn, verantwoord, omdat ondanks de traagheid door mijn toestand, ik aan iedereen die me begeleidt wil duidelijk maken hoeveel moeite ik doe om hun hulp te vergemakkelijken.

Als het aankleden uiteindelijk gedaan is, glijd ik uit bed op de plankenvloer, ik zet me neer en ik doe mijn schoenen aan die van leder zijn en zeer praktisch, zonder veters en zonder moeilijke sluiting. Om mijn kleiding en schoenen te kopen, ga ik steeds naar gespecialiseerde winkels en altijd in het gezelschap van de dame met het rode haar. In een paar woorden begrijp ze me, haalt ze het kledingstuk en dat alles in een recordtijd. Zij anticipeert zelfs op mijn noden en mijn verlangens. Ze kent me zo goed.

De aarde draagt me. In mijn kamer vertoef ik veel op de grond. Ik zet er alles binnen handbereik, dat is praktischer. Ik voel er me zeer goed. Ik kan niet meer bij de bovenkanten van de kasten, noch bij de bovenkant van de schouw, noch bij vele andere dingen die hun stempel drukken op een huis. Trouwens ik zie gewoon niet wat er bovenop de schouw staat.

Ik moet dus altijd duidelijk weten waar ik een voorwerp heb gezet om het daarna te kunnen terugvinden.

Dromadaire

Eindelijk ben ik klaar. Met behulp van mijn armen kom ik zo goed mogelijk vooruit. Ik doe de deur open die op mijn verzoek op een kier staat. Men moet aan alles denken, aan de kleinste details. Ik verlaat uiteindelijk de kamer, ik ga naar beneden, ik ga alleen de trap af. Het heeft wel een tijdje geduurd alvorens ik zonder schrik alleen de trap af durfde. De traphal is heel breed en er loopt een lambrisering. Mijn rechterhand houdt deze vast en met mijn andere hand houd ik de trapleuning vast.

Rechtstaand voor de trap, zet ik het gewicht van mijn lichaam enkel op mijn linkervoet, en met mijn rechtervoet ga ik langs de eerste trede. Om dit te doen laat ik eerst mijn Achillespees en dan mijn kuit langs de scherpe kant van de trede glijden. Mijn voet komt neer op de eerste trede. Bingo ! Ziedaar het werk dat ik moet doen voor één trede. Ik herhaal deze danspas met de andere kant. Ik herhaal het, opnieuw en opnieuw…

Deze ochtendlijke oefening neemt meer tijd in beslag dan het opschrijven met één vinger op het klavier van de computer, met één vinger van de rechterhand. Ik ben rechtshandig.

In het kort : ik heb een uur en half nodig alvorens ik me aan de ontbijttafel kan zetten.

– Einde van episode 8 –