CVA – Twintig seconden en alles staat op zijn kop ! / M.-P. Fayt Davin – Deel 4: Ch 2

Deel 4  – Hoofdstuk 2

Februari 2004. Terug thuis.

Op 4 februari 2004, een jaar na mijn ongeluk, ben ik terug thuis. Samen met een optometrist begin ik aan mijn ogen te werken. Het is een vrouw met veel ervaring.Dat geeft een veilig gevoel.

Ze werkt met slechtziende volwassenen en kinderen maar ook met kinderen die een achterstand hebben op school.  In het begin was dat geruststellend omdat ik me mocht verwachten aan iemand met heel veel geduld. Op dit punt werd ik niet teleurgesteld.  Ik volg deze therapie nog steeds met veel plezier, en zo ontdek ik mijn nieuwe maar “andere” lichaam.

De ogen in relatie met het lichaam.  Zelfs al is mijn rechterarm nog pijnlijk, hij schudt bijna niet meer wanneer hij neerligt. In de leegte wiebelt hij wat, hij heeft het ‘opgegeven’.  Sinds kort, een jaar na het ongeluk, is hij beginnen trillen.  Nog een tegenvaller die ik niet zag aankomen.

Ik ben gestopt om met deze hand te schrijven.  Drie weken later ben ik gestopt met bewegingen naar mijn mond te maken, zoals bij voorbeeld simpelweg een boterham in mijn mond steken. Dan ben ik de moed verloren bij het hanteren van een lepel bij het middageten, maar ik ben altijd mijn lichaam blijven wassen met mijn rechterarm.  Deze arm moet contact houden met mijn lichaam.  Voor mij is dit een prioriteit.

Door mijn enthousiaste optimisme dat me meevoert en me laat leven, wil ik echt geloven dat het leven voor mij en in mij nog “maakbaar” is.  Ik heb namelijk gehoord dat medische wetenschappers verklaard hebben dat de hersenen over een zekere “kneedbaarheid” beschikken.

Als de hersenen kneedbaar zijn, dan denk ik dat de neurologische verbindingen zich zullen herstellen.  Het behoort tot de mogelijkheden. Als ik mijn eigen evolutie bekijk, stel ik vast dat, hoe klein mijn vorderingen ook zijn, ze echt wel merkbaar zijn …

De verbindingen in de neuronen zullen zich herstellen. Maar wanneer? Niemand weet het.  Mijn ongeduld respecteert het ritme van de « mogelijkheden » niet.
Het mysterie van het Leven is groot.  De kracht van het Leven is ook groot.
Mijn rechterarm die oncontroleerbaar geworden is, deelt klappen uit aan wie er wil krijgen. Ik probeer om deze arm voor ‘gevaarlijke’ voorwerpen te beschermen. Dat is noodzakelijk omdat hij ook een verminderde gevoeligheid heeft.  Er is, bij voorbeeld, geen sprake meer van om de warmte van een radiator te voelen. Een straal ijskoud water geeft me daarentegen een verbrand gevoel.

Ik heb pijn.

Ik heb constant het gevoel dat mijn arm en mijn hand bevroren zijn. Verstijfd.

Ik heb pijn.

Het is heel bizar maar als ik met de rug van mijn hand zeer hard tegen een muur sla, voel ik de slag niet.  Ik heb geen pijn.

Daarentegen, het contact met de lucht, de streling van een pluimpje op de rug van mijn hand zijn een ware marteling.  Aan de buitenkant is mijn rechterhand op een rare manier gevoelig, in tegenstelling tot de palm van mijn hand die tot in de toppen van mijn vingers “extreem” gevoelig is.  Het is alsof duizenden kleine naalden in mijn huid prikken. Op de rug van mijn rechterhand voel ik een constante “inwendige” pijn, zonder enige oorzaak en zichtbare effecten. Ik leer de pijn in te schatten.

Ik heb voortdurend schrik om te vallen.  Ik heb geleerd om dit aan de personen die me verzorgen duidelijk te maken.  Ik loop met het volste vertrouwen door simpelweg de hand te nemen van mijn kinesist. Zelfs nu ik gewend ben aan mijn zicht, verplaats ik me nog steeds op deze manier met iedereen die bereid is me te vergezellen.

Dromadaire

Ik beschouw mijn ogen als een koetspoort, voortdurend naar buiten gedraaid, altijd aangesproken door al die voorwerpen die me omringen, die me omknellen en die me afleiden. Ik vergeet er mijn voeten door, de plankenvloer, die plankenvloer die me draagt.

Voor mij is het zeer rustgevend om mijn ogen te sluiten.  Dat kan het voor u ook zijn. Probeer het maar eens: leg uw linkerhand op uw gesloten linkeroog en uw rechterhand op uw gesloten rechteroog.  Luister naar de omringende geluiden.  Vergelijk de geluiden die dicht bij u zijn met de geluiden die ver zijn.  De geluiden die “sterk” zijn en zij waarvan de klank zachter is enz.  Blijf dit doen zo lang u wil.  Herhaal deze oefening zo veel mogelijk.  Het doet u goed. Ik heb deze kleine en simpele handeling pas leren kennen na mijn ongeval.  Maar met welk een genoegen heb ik geleerd om, zonder de invloed van wat ik vroeger was, te luisteren naar dit lichaam dat het mijne is.

Ik stel me elk voorwerp voor dat zich rondom mij bevindt, in zijn eigen materiaal, in zijn eigen vorm met zijn eigen kleur. Ik doe dat allemaal met gesloten ogen, enkel mentaal.

Als ik iets wil bekijken met « mijn » nystagmus, kijk ik eerst naar de ruimte er rond en dan naar de omlijning.  Daarna pas kan ik het voorwerp onderscheiden.

Een moeder heeft me eens verteld dat zich pas bewust geworden is van het natuurlijke (trage) ritme van haar zoon nadat zij hem op een morgen beval zich te haasten. Hij antwoordde rustig: “maar mama, ik haast me toch!”

Aan allen die me kennen en die me omringen, heb ik zin om te zeggen : « maar ik haast me altijd, zelfs al lijkt dat niet zo! »

Dromadaire

Een jaar na mijn ongeluk. Als ik sneller wil bewegen, beginnen mijn hoofd en mijn lichaam zeer erg te trillen. Deze symptomen zijn synoniem van grote opwinding. Het is een ongewenste reactie en het betekent niet dat ik sneller ga, wel integendeel.

Eerst leer ik om mijn ritme te respecteren.  Nu weet ik dat sneller gaan niet mogelijk is, nog niet.

Het schrijven van dit boek maakt deel uit van mijn evolutie. Er rest me echter nog een hele weg te gaan.

Ik herinner me een pertinente opmerking van een vriend die zegde : “Als ik ’s nachts rijd, verlichten de koplampen van mijn auto enkel de weg juist voor mij.  Ik zie dus nooit de weg in zijn geheel.  Nooit”.

Ik heb het gevoel dat ik aan het stuur zit van deze auto, tijdens de nacht.  Dit beeld van een beperkte verlichting bevalt me wel.  Vermits ik maar met moeite kan denken aan de toekomst, helpt deze kleine zin me om elke minuut enkel het heden te zien en enkel in het heden leven.