ACVA – Twintig seconden en alles staat op zijn kop ! / M.-P. Fayt Davin – Deel 5

Deel 5 – Hoofdstuk 3

In het ziekenhuis lig ik aan mijn bed gekluisterd en ik slaag er nauwelijks in om recht te zitten. Op de muur vlak voor mijn ogen, heb ik een tekening laten ophangen. Het is een geschenk van mijn oudste dochter en het lijkt op een spandoek die samengesteld is uit tien A4’tjes.
Op deze bladen zijn er een vijftiental gekleurde voetstappen getekend. Terwijl ze deze blaadjes op de muur bevestigde, heeft mijn dochter van zes me gezegd: “als jij je voeten op elk van deze voetstappen kan zetten, dan kan je terug lopen.”

De kinesist van het ziekenhuis oefent samen met mij om te stappen in de gangen. Als iemand me, na een verblijf van een maand, zegde dat ik naar een revalidatiecentrum zou gaan, was ik ervan overtuigd dat men daar alleen de “overlevenden” naartoe stuurde. Enkel zij die er zouden in slagen om te overleven. Ik kwam dus tot het besluit dat ik tot de “gelukkigen” behoorde en daar was ik heel fier op.

Dromadaire

Om uit zijn cocon te komen moet de toekomstige vlinder door een heel smalle opening kruipen. Gedurende uren wringt hij zich in allerlei bochten. Niemand kan hem helpen. De vlinder heeft trouwens geen hulp nodig. Iets geeft hem de kracht om zich door die smalle opening te wringen.
Op die manier worden zijn vleugels vochtig gemaakt door de vloeistof die in zijn eigen lichaam zit. Dit gebeurt enkel en alleen als hij het werk zelf doet.

De vlinder verlaat uiteindelijk zijn cocon, spreidt zijn vleugels en vliegt weg.

Ik herken die weggevlogen vlinder in mezelf. Ik maak vooruitgang en evolueer op het ritme van mijn eigen krachten. Ik voel me één met mijn krachten. Ik beleef iets unieks. Ik ben daar ook zeker van. Deze overtuiging vormt de basis van mijn wilskracht, zelfs als de ontmoediging op de loer ligt. Nee, ik heb niets om jaloers op te zijn. Ik heb geluk gehad maar ik moet “mijn leven na het ongeluk” zelf leven.

Dromadaire

Ik herinner me dat ik een vrouw zag, van buitenaf, als in een droom. De vrouw lag neer en ambulanciers met kakivesten snelden ter hulp om die vrouw te reanimeren. Ik heb tegen mezelf gezegd: “met die vrouw gaat het helemaal niet goed”.

Die vrouw dat was ik.

In het revalidatiecentrum, op de verdieping C2, heb ik verschillende personen gezien die er even slecht aan toe waren als ik, vooral oudere personen. Het was vreselijk om te zien.

Ik herinner me dat ik een stevige dosis medicijnen gekregen had. Een dosis voor een olifant. De verzorgende geneesheer was zonder twijfel een specialist voor olifanten. Plots kwamen de dokters toegelopen. Ik heb zelden zoveel witte jassen rond mij gezien. Ik eiste dat de dosis verminderd zou worden. Ik lag daar, compleet platgespoten. Ook al wist ik dat het medisch korps me enkel wou helpen, ik wou daar niet compleet ‘weg van de wereld’ liggen.

Om naar de afdeling B1 te gaan, de verdieping van de volwassenen en de jongvolwassenen, zijn er voorwaarden: jezelf kunnen aankleden, je toilet kunnen maken, zelf eten, en alleen naar de kantine kunnen gaan, twee verdiepingen lager. Ik ken enkel de tweede verdieping en kan maar met moeite stappen maar ik ben erg gemotiveerd om toegelaten te worden op die afdeling. Op C2 heeft de dame die de kamer met mij deelt, me toevertrouwd dat de afdeling B1 de deur opent om het centrum te verlaten. Ik ga ook elke dag trainen om mijn spiermassa te verstevigen en om beter te kunnen rechtstaan. Ik moet deze training doen op een speciale machine die zich op de eerste verdieping bevindt. Ik ga er tweemaal per dag naartoe. Het is een obsessie geworden.

Twee maanden nadat ik in het Centrum ben toegekomen, ben ik overgeplaatst naar de afdeling B1. Ik deel vanaf nu de kamer met drie andere personen. Gedurende mijn verblijf daar heb ik 7 verschillende kamergenoten gehad.

Ik verneem dat op de afdeling B1 de patiënten ook voorbereid worden op de terugkeer naar huis. Op de eerste verdieping verblijven de epileptische personen en de “zware trauma’s”, die ook dikwijls aan epilepsie lijden.

Tien maanden zijn er verstreken en het blijkt dat ik geen epilepsie heb.

Dromadaire

Ik herinner me een jonge vrouw die epilepsie had en waarmee ik bevriend werd. Ik was heel blij met die vriendschap en vertrouwde haar volledig.

Op een dag als ik mijn siësta houd, komt ze dichter bij mij, bij mijn bed… Ik voel haar aanwezigheid en word onmiddellijk wakker. Haar ogen zijn zeer zwart. Ik voel zoveel geweld. Ze antwoordt niet meer. Wij zijn alleen. De deur is gesloten.

De situatie loopt uit de hand en wordt dramatisch. In een drang om te overleven, om weg te raken uit deze penibele situatie, schreeuw ik uit alle macht. De verpleegster van wacht en een andere verpleger stormen de kamer binnen en hebben de grootste moeite om die hysterische jonge vrouw te overmeesteren.

Ik grom, mijn woorden zijn ondefinieerbaar. Ik tracht de aandacht te trekken van een dokter die in de gang voorbijkomt. De dokter herkent me niet. Normaal ben ik een joviaal en bedaard iemand…
Deze vrouw heeft een vreselijke aanval van epilepsie. Waarom heeft men mij alleen gelaten met deze vrouw? Zijn er niet voldoende bedden? En is dat een geldige reden?

Dromadaire

Achter een rollator stappen en denken dat die oefening mijn lichaam sterker zal maken: dat is mijn gemoedstoestand nu. Ik voel me commandant van een ULM. Ik merk het verschil tussen de hemel en de aarde maar ik voel ze niet. Ik loop zowel met mijn hoofd als met mijn voeten in de wolken.
Dus ik oefen en maak mijn voeten en mijn benen sterker. Beetje bij beetje leer ik om mijn voeten zachtjes op de grond te zetten. Ik leer de hardheid van de grond herkennen. Alles lijkt paradoxaal: mijn voeten verstevigen met kalmte en zachtheid. Ik moet de verdere gevolgen van mijn ongeluk ontdekken en aanvaarden. Noodgedwongen moet ik mijn revalidatie aanpassen. Zeer concreet betekent dit dat ik niet kan stappen met een rollator omdat ik zo gebogen loop.
Het is een feit dat ik door mijn gebogen houding mijn evenwicht beter behouen dat ik op die manier vermijd om te vallen. Maar het betekent ook dat mijn lichaam verstijft in een ongemakkelijke houding.
Zo verlies ik elke mogelijkheid om opnieuw mijn evenwicht te vinden..
Twee jaren zijn er verstreken sinds mijn ongeluk. Ik heb opnieuw wat kracht in mijn armen. Ik til mijn rollator op en ik val achteruit. Dit “spreekgestoelte op wielen” heeft verder geen nut voor mij. Vanaf nu moet ik beginnen oefenen op een andere manier, nl. vanuit de voeten. Mijn rechtehouding terugvinden… door mijn voeten te verankeren.
Meer mentaal werk. Intens.

Schrik om achteruit te gaan.

Alleen. Ik ben alleen om al die gevolgen te verwerken, te observeren en om mijn zwakheden te analyseren. Ik probeer te vertrekken van wat ik nog wel kan, al is dat niet veel. Mijn man, mijn kinderen, mijn omgeving en het verplegend personeel blijven me steunen. Ik ben echter degene die haar evenwicht zal moeten terugvinden. Maar de schrik om achteruit te gaan blijft me achtervolgen. Ik voel me als een dier in een laboratorium. Mijn eigen laboratorium om experimenten uit te voeren op mezelf! Ik moet mezelf dwingen om mijn aanpassingsvermogen zoveel mogelijk te vergroten. Ik ga zelfs zo ver dat ik mijn eigen “ontmoedigingsniveau” onderzoek!

En altijd maar oefenen. Stappen als een koorddanseres met mijn bekken als evenwichtsstok en met de vinger van de kinesist in mijn rug als enige veiligheidskabel.

In de vakantie heb ik een mooie droom gehad.
Ik liep alleen, langzaam. Ik was zo blij dat ik kalm kon rondstappen.
Al mijn dierbaren zaten neer en waren aan het praten.
Als ik bij één van hen voorbij kwam,
lachte hij me toe en heel rustig, moedigde hij me aan

Desondanks lijkt het alsof ik drie of vier flessen whisky of vodka gedronken hebt, naar gelang… maar mijn geest is volkomen helder. Als je geen evenwicht meer hebt, moet je minstens ‘waggelen’ met een open geest.

Dromadaire

Traagheid is een kwaliteit die het leven me heeft opgedrongen. Zelf was ik altijd levendig en dynamisch en ik tolereerde de traagheid van mijn naasten niet. Vandaag heb ik geleerd om traagheid eerder als een constructieve en interessante kwaliteit te zien. Het is trouwens perfect mogelijk dat lichamelijke traagheid hand in hand gaat met een levendige geest. Als mensen mijn haperende, misvormde stem horen, hebben ze nog altijd moeite om me te verstaan, ook al praat ik zeer langzaam. Voor mij is er nog steeds een opperste concentratie nodig om me verstaanbaar te maken, zelfs als ik over gewone alledaagse dingen praat. Mijn trillende stem is een gevolg van mijn CVA et niet, zoals ik eerst dacht, van de tracheotomie. De bloeding die zich heeft voorgedaan in het hart van mijn hersenen (in de mesencephalon) laat niet meer toe dat bepaalde neuronen verbindingen maken. Het zal dus heel lang duren.
De verbindingen tussen de neuronen zullen zich wel herstellen maar de vraag is wanneer? Zal ik dan nog in leven zijn? Door mijn beschadigde hersenen heb ik voor alles veel tijd nodig. Op mijn gemak eten vergt gemakkelijk twee uren, wetende dat ik opnieuw heb moeten leren slikken. Hetzelfde geldt voor het nemen van een douche, dat vraagt me ook twee uren. Of …naar het toilet gaan duurt een halfuur!

In het leven dat ik vandaag leid, is alles gechronometreerd. Ik doe dit om zo weinig mogelijk moeilijkheden of problemen te veroorzaken voor de persoon die voor mij zorgt.

Dat chronometreren laat me toe om in het leven van elke dag, verder te gaan met mijn eigen leven, op mijn eigen ritme.

In dit leven dat loopt, en loopt…. En dat lijkt te lopen tegen een hels tempo.